Theatre Green Book bedrijfsvoering Toolkit – 

Toolkit voor gebouwbeheer

 

Energielabels voor publieke gebouwen

Wat is het energielabel voor publieke gebouwen?

Het energielabel is een officieel document dat met een letterklasse (A+++++ tot en met G) aangeeft hoe energiezuinig een gebouw is. Waar het Britse systeem (DEC) kijkt naar het werkelijke jaarverbruik, meet het Nederlandse energielabel de energetische kwaliteit van het gebouw zelf. Er wordt gekeken naar de isolatie van muren, ramen en vloeren, en de efficiëntie van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie.

Voor theaters en andere gebouwen met een publieke functie is dit label verplicht zodra het bruikbaar vloeroppervlak groter is dan 250 m². Het label moet op een voor de bezoekers duidelijk zichtbare plaats worden opgehangen, zoals bij de hoofdingang of de receptie. Dit is bedoeld om bezoekers bewust te maken van de duurzaamheid van de locatie die zij bezoeken.

Een energielabel wordt opgesteld door een gecertificeerd energieadviseur en is maximaal 10 jaar geldig. Het label gaat altijd vergezeld van een adviesrapport. Hierin staan concrete aanbevelingen om het pand verder te verduurzamen, zoals het overstappen op warmtepompen of het verbeteren van de isolatie. Voor veel zakelijke gebouwen (kantoren groter dan 100 m²) geldt in Nederland bovendien de wettelijke verplichting om minimaal over een Energielabel C te beschikken; voor theaters gelden dergelijke specifieke eisen vaak via lokale milieuafspraken of toekomstige regelgeving.

Figuur 1: Voorbeeld van een Energielabel voor utiliteitsgebouwen en de fossiele energie-indicator

Waarom is een Energielabel essentieel voor jouw gebouw?

Het Energielabel en het bijbehorende adviesrapport zijn binnen de sector erkende instrumenten om de energieprestaties van een gebouw in kaart te brengen. Voor theaters is het een waardevol hulpmiddel om de eigen prestaties te spiegelen aan vergelijkbare gebouwen. Het label geeft aan wat het primair fossiel energieverbruik in kWh/m2 per jaar is. Hoe lager dit getal, hoe minder fossiele brandstoffen er nodig zijn voor het gebouw, wat de basis vormt voor een duurzame exploitatie.

Het verkrijgen van een Energielabel vraagt om een relatief lage investering in tijd en kosten. Een gecertificeerd energieadviseur licht het gebouw door, controleert de isolatie en installaties, en stelt verbeteringen voor met een duidelijke terugverdientijd.

Wanneer na renovaties — zoals het isoleren van het dak of het installeren van LED-verlichting met sensoren — een nieuw label wordt opgesteld, is de besparing direct zichtbaar in een betere labelklasse en een lager getal voor het fossiel energiegebruik. Dit is het bewijs dat de verduurzaming daadwerkelijk resultaat oplevert.

Hoe gebruik je de informatie van het Energielabel?

Het Energielabel biedt inzicht in de noodzakelijke upgrades van de gebouwinstallaties. Op basis van de technische data uit het label kan een adviseur gericht analyseren welke ingrepen de meeste impact hebben op het terugbrengen van de energievraag. Denk hierbij aan het nauwkeuriger instellen van de drempelwaarden voor verwarming en koeling in de zaal en kantoren.

Een centrale strategie om de verduurzaming te versnellen, is het verlagen van de vraag naar gas. Door de fossiele energiebehoefte te minimaliseren en over te stappen op hernieuwbare elektriciteitsbronnen, wordt de weg naar een klimaatneutraal theater ingezet.

Veelvoorkomende verbeterpunten

In dit hoofdstuk richten we ons op energiebesparing door de gebieden te identificeren waar energie in het theatergebouw wordt verspild. Veel locaties zijn voor hun verwarming, koeling en elektriciteit nog afhankelijk van fossiele brandstoffen. Omdat dit eindige, niet-hernieuwbare bronnen zijn met een hoge klimaatimpact, is reductie de eerste prioriteit.

Het is een strategisch slimme zet om deze verspillingen eerst aan te pakken voordat er wordt overgegaan op ingrijpende en kostbare renovaties. Door kritisch te kijken naar het huidige gebruik, kunnen we met relatief kleine aanpassingen de energievraag direct verlagen.

Gemakkelijke winsten met grote impact op energieverbruik

Deze items zijn voorgesteld om je energie tijdens het gebruik te verbeteren om overmatig gebruik te voorkomen. Ze zijn gestructureerd in de volgorde van prioriteit om de energievraag van je gebouwsystemen te minimaliseren voordat je overgaat tot meer verstorende verbeteringen en het veranderen van systemen, bijvoorbeeld het overstappen van gas/olie gestookte boilers naar warmtepompen.

De acties zijn voorgestelde benaderingen en oplossingen die verder kunnen worden afgestemd op uw gebouw en kunnen worden geïntegreerd om het energieverbruik en onnodig gebruik te helpen verminderen.

Watchpoints zijn voor u als gebouwbeheerder gepresenteerd als signalen waarop u moet letten, ter ondersteuning van snelle, goedkopere voordelen om uw totale energieverbruik te verbeteren voordat u investeert in duurdere verbeteringen.

1. Energievoorziening

Energie-inkoop en Duurzame Bronnen

De keuze van je energieleverancier bepaalt in grote mate de CO2-voetafdruk van het theater. Weet jij precies waar jouw energie vandaan komt? Veel standaardcontracten maken nog gebruik van fossiele bronnen, terwijl de overstap naar een groener alternatief vaak eenvoudiger is dan gedacht.

Hoe pak je dit aan? Loop je huidige energiecontract na en onderzoek de overstap naar een volledig duurzame leverancier.

  • Lobby bij de verhuurder: Als je het pand huurt en de huisbaas de energie inkoopt, ga dan het gesprek aan. Lobby voor een duurzamer inkoopbeleid; als huurder heb je meer invloed dan je denkt.

  • Bundel je krachten: Grotere organisaties hebben vaak een betere onderhandelingspositie voor 100% duurzame tarieven. Werk samen met andere (kleinere) podia in de regio om collectief groene energie in te kopen. Een internationaal voorbeeld hiervan is de “Arts Basket”, waarbij culturele instellingen gezamenlijk optrekken voor betere tarieven en voorwaarden.

Aandachtspunten Let bij het vergelijken goed op de herkomst van de energie. Kies bij voorkeur voor ‘echte’ groene tarieven, waarbij de leverancier direct investeert in lokale hernieuwbare bronnen (zoals Nederlandse wind of zon), in plaats van het enkel afkopen van certificaten uit het buitenland.

2. Operationeel gedrag

De dagelijkse werking van het theater en het gedrag van de mensen in het pand bepalen voor een groot deel de energierekening. Een van de eenvoudigste manieren om te besparen is door ruimtes die niet in gebruik zijn, niet onnodig te verwarmen, te koelen of te verlichten. De instellingen van je gebouwbeheersysteem (GBS) moeten een directe afspiegeling zijn van je werkelijke openingstijden en ruimtebezetting.

Acties: Hoe pak je dit aan?

  • Slimme regelpunten: Zorg, indien de systemen dit toelaten, voor specifieke ‘verlaagde standen’ voor onbezette ruimtes. Bij oudere systemen kan dit een simpele schakeling zijn tussen ‘bezet’ en ‘onbezet’ in het GBS.

  • Bezetting-gestuurde regeling: Onderzoek waar systemen automatisch kunnen opschalen of afbouwen op basis van aanwezigheid (bijvoorbeeld via CO2-sensoren of bewegingsmelders). Dit verbetert niet alleen de efficiëntie, maar ook het comfort voor de aanwezigen.

  • Gebruikersinstructies: Personeel dat dagelijks in het pand is, begrijpt de omgeving vaak goed. Moedig hen aan om passieve maatregelen te gebruiken, zoals het openen van ramen voor natuurlijke ventilatie of het sluiten van zonwering om opwarmen door direct zonlicht te voorkomen.

Aandachtspunten

  • De Theaterzaal: Deze aanpak werkt anders voor een auditorium of toneeltoren. Ventilatiesystemen moeten hier vaak een constant volume behouden, omdat decors en effecten (zoals theaterrook) gevoelig zijn voor schommelingen in de luchtstroom.

  • Bezoekerssturing: Gasten en tijdelijke producties kennen de ‘gebruiksaanwijzing’ van je gebouw niet. Gebruik heldere bewegwijzering of korte instructies om hen te wijzen op hoe zij hun omgeving (zoals verlichting of thermostaat) verantwoord kunnen controleren.

3. Energiemonitoring en Meetstrategie

Het meten en registreren van je energieverbruik is de eerste stap naar een duurzaam gebouwbeheer. Een duidelijke meetstrategie geeft je grip op de cijfers. Wist je dat tot wel 90% van het eindverbruik in kaart kan worden gebracht? Hierdoor begrijp je precies hoe de energie verdeeld wordt over systemen zoals verlichting, ventilatoren, pompen, verwarming en koeling.

Hoe pak je dit aan? Gebruik de volgende checklist om je data op orde te krijgen:

  • Verzamel intervaldata: Zorg voor halfuursgegevens van je hoofdmeter voor gas, water en elektriciteit.

  • Installeer tussenmeters: Gebruik tussenmeters (submeters) voor specifieke systemen om te zien welke onderdelen de meeste energie verbruiken.

  • Automatiseer de data: Gebruik een energiebeheersysteem (EBS) of een externe service die data automatisch verzamelt. Met rapportagesoftware kun je trends analyseren op je computer of telefoon.

  • Schakel expertise in: Als er intern geen tijd is, kan een professional de data analyseren om ongebruikelijk verbruik te identificeren. Dit vormt de basis voor een lange-termijnstrategie, die extra effectief is als je dit koppelt aan de resultaten van je Energielabel.

Aandachtspunten: Controleer regelmatig of je systemen nog wel ‘in balans’ zijn. Soms leveren installaties meer warmte of ventilatie dan nodig is. Door systemen opnieuw in te regelen (bijvoorbeeld de kleppen die luchtvolumes regelen), zorg je dat ze weer werken zoals bedoeld.

  • Tijdelijke metingen: Voor eenmalige evenementen of festivals kun je tijdelijke meters inzetten om het specifieke verbruik van die activiteit te meten.

4. Gebouwschil

Afbeelding-4 Bouwwerkelementen

De gebouwschil (het dak, de buitenmuren, ramen, deuren en vloeren) vormt de barrière tussen binnen en buiten. Hoe efficiënter deze structuur is, hoe minder hard de installaties hoeven te werken om een comfortabel klimaat te creëren. Een goed geïsoleerd en luchtdicht gebouw voorkomt dat warmte of koelte onbedoeld ontsnapt, wat direct leidt tot een lager energieverbruik en meer comfort voor zowel publiek als medewerkers.

Hoe pak je dit aan?

  • Gebruik de juiste tools: Raadpleeg het Theatre Green Book (Deel 2: Gebouwen) voor specifieke richtlijnen. Er is een online tool beschikbaar voor een eerste ’thuisonderzoek’ van je pand.

  • Bouwkundige inspectie: Schakel een bouwkundig inspecteur in om de staat van de isolatie en de luchtdichtheid te controleren. De inspecteur zoekt naar zwakke plekken in de constructie waar isolatie verouderd is of ontbreekt.

  • Thermografie: Een inspecteur kan een warmtebeeldcamera (thermische scan) gebruiken. Deze camera maakt temperatuurverschillen zichtbaar door kleuren toe te kennen aan warmte en kou. Hiermee wordt exact aangetoond waar het gebouw warmte verliest, wat vaak niet met het blote oog te zien is.

Aandachtspunten

  • Spoor tocht op: Controleer ramen en deuren (zowel binnen als buiten) op luchtlekken.

  • Eenvoudige ingrepen: Veel winst is te behalen met simpele middelen. Gebruik tochtstrips om deurdichtingen te verbeteren. Ramen die niet open hoeven te kunnen, moeten volledig luchtdicht worden afgewerkt aan de muurzijde.

4. Verlichting

In theaters is er vaak weinig natuurlijk daglicht, waardoor kunstverlichting bijna altijd aan staat. Omdat verlichting een enorm aandeel heeft in het totale energieverbruik, hebben verbeteringen aan armaturen en de aansturing ervan een directe en grote impact op je energierekening.

Hoe pak je dit aan?

  • Maximaliseer daglicht: Houd ramen en daklichten schoon. Meer natuurlijk licht verhoogt het visuele comfort en is essentieel voor de gezondheid en het welzijn van medewerkers, zeker in kantoorruimtes en foyers.

  • Slimme regelingen: Verlichtingsregeling is dé sleutel tot besparing. Gebruik aanwezigheidsdetectie (sensoren) om te voorkomen dat lampen branden in onbezette ruimtes. Een ideale opzet is vaak: handmatig aan, maar automatisch uit (of handmatig uit voor extra controle).

  • Centrale uitschakeling: Zorg voor eenvoudige schakelingen in gemeenschappelijke ruimten, zodat je met één knop alle lichten kunt doven aan het einde van de dag.

Aandachtspunten

  • Stap over op LED: Heb je nog conventionele verlichting? Hoewel de aanschaf van LED-armaturen een investering vraagt, verdienen ze zich razendsnel terug door de lagere energiekosten. Bovendien geven ze veel minder warmte af, wat weer scheelt in de koelingsbehoefte van het gebouw.

  • Planmatig onderhoud: Heb je een onderhoudsplan voor je verlichting? Regelmatige controle en het schoonmaken van armaturen zorgt ervoor dat de lichtopbrengst optimaal blijft.

5. Verwarming

Figuur-5 Onderdelen van de verwarmingsstrategie

Inzicht in je huidige systemen en instellingen is essentieel om verbeteringen succesvol te testen. Veel theaters maken nog gebruik van gas- of oliegestookte ketels voor radiatoren, vloerverwarming of luchtverwarming. Door kritisch naar de prestaties van deze installaties te kijken, kun je grote stappen zetten in het verlagen van je fossiele energieverbruik.

Hoe pak je dit aan?

  • Stap over op koolstofarm: Het vervangen van cv-ketels door koolstofarme alternatieven, zoals warmtepompen, heeft een enorme impact op je operationele CO2-uitstoot.

  • Professionele audit: Laat een installatietechnisch adviseur een audit uitvoeren. Deze specialist onderzoekt de efficiëntie van je huidige apparatuur en brengt het potentieel voor vervanging door duurzame systemen in kaart.

  • Ontluchten: Zorg dat radiatoren aan het begin van het stookseizoen worden ontlucht. Opgesloten lucht blokkeert de circulatie van warm water, waardoor het langer duurt om een ruimte op te warmen en de installatie onnodig hard moet werken.

Aandachtspunten

  • Controleer de instelpunten: Tot welke temperatuur worden ruimtes verwarmd? Een kritische blik op deze ‘setpoints’ en de tijdschema’s (wanneer gaat de verwarming aan en uit?) kan direct tot besparingen leiden.

  • Geleidelijke aanpassing: Wil je de temperatuur verlagen? Doe dit stapsgewijs over een periode van enkele weken. Zo kunnen gebruikers wennen en voorkom je klachten over ongemak. Ter referentie: een luchttemperatuur onder 20°C wordt in werkruimtes vaak als oncomfortabel ervaren.

  • Onnodig stoken: Verwarm je ruimtes die niet worden gebruikt? Controleer je regelsysteem om te zien of je zones apart kunt aansturen, zodat de verwarming alleen aanstaat waar en wanneer dat nodig is.

6. Koeling en airconditioning

Inzicht in hoe je ruimtes koelt, helpt je om slimme verbeteringen door te voeren. Koelen kan passief, bijvoorbeeld door zonwering te gebruiken om zonnewarmte buiten te houden, of actief via natuurlijke ventilatie (ramen openen). Airconditioning wordt vaak alleen ingezet in ruimtes met veel mensen of tijdens hete zomermaanden om het comfort te waarborgen.

Hoe pak je dit aan?

  • Maximaliseer natuurlijke ventilatie: Onderzoek of je natuurlijke ventilatie kunt gebruiken in plaats van mechanische koeling wanneer er geen voorstelling is (de ‘niet-performante modus’). Dit verlaagt de vraag naar elektriciteit en vermindert het energieverbruik aanzienlijk.

  • Beperk de warmtelast: Gebruik jaloezieën of zonwering overdag om te voorkomen dat de zon het gebouw onnodig opwarmt. Dit is de meest duurzame manier van koelen, omdat het helemaal geen energie kost.

Aandachtspunten

  • Controleer de koelinstellingen: Tot welke temperatuur koel je de ruimtes? Net als bij verwarming hebben deze ‘setpoints’ een grote impact. Pas ze geleidelijk aan (over enkele weken) zodat medewerkers en bezoekers kunnen wennen. Ter referentie: een luchttemperatuur boven de 28°C wordt in kantoren en foyerruimtes meestal als oncomfortabel ervaren.

  • Voorkom gelijktijdig verwarmen en koelen: Dit is een veelvoorkomende bron van verspilling. Controleer of je regelsysteem niet in de ene hoek aan het koelen is terwijl de verwarming in een andere hoek (of dezelfde ruimte) nog aanstaat.

  • Stuur op gebruik: Worden ruimtes continu gekoeld, ook als er niemand is? Kijk kritisch naar de tijdschema’s in je gebouwbeheersysteem.

7. Warm water

Het gebruik van warm water verschilt per theater. Veel gebouwen hebben een centrale gas- of oliegestookte boiler die water via een lang leidingnetwerk door het hele pand stuurt. Hoe groter de vraag naar warm water, hoe harder de boiler moet werken en hoe meer energie er verloren gaat tijdens het transport door de leidingen.

Acties: Hoe pak je dit aan?

  • Stap over op lokaal en elektrisch: Om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen, is de overstap naar lokale elektrische boilers (zoals een plintboiler of doorstroomverwarmer) vaak zeer effectief. Hiermee verwarm je alleen het water dat je direct op die plek nodig hebt.

  • Verminder de vraag: Door simpelweg minder warm water te gebruiken (bijvoorbeeld door waterbesparende koppen op kranen en douches), hoeft de opwekker minder hard te werken, wat direct energie bespaart.

Aandachtspunten

  • Beperk distributieverlies: Waar staat je boiler? Als er een grote afstand zit tussen de warmtebron en de kraan, koelt het water in de leidingen af voordat het de gebruiker bereikt. Een lokaal systeem (vlakbij de gootsteen) minimaliseert dit warmteverlies.

  • Isolatie van de opslag: Heb je een warmwatertank? Zorg dat deze (en de bijbehorende leidingen) goed geïsoleerd is om onnodig afkoelen te voorkomen.

  • Controleer de thermostaat: Zorg dat de thermostaat van de boiler goed ingesteld en zichtbaar is. Laat een vakman je hele warmwatersysteem inspecteren om te zien of de instellingen nog optimaal zijn voor de huidige bezetting van het theater.

8. Ventilatie

De behoefte aan mechanische ventilatie hangt af van de ruimte, de locatie en de activiteit. Waar kantoren vaak genoeg hebben aan te openen ramen, hebben auditoria en toiletten actieve afzuiging en toevoer nodig om de luchtkwaliteit te waarborgen en warmtelast (van publiek en toneelverlichting) af te voeren. Sommige ruimtes gebruiken een ‘gemengde modus’: een combinatie van natuurlijke en mechanische ventilatie.

Hoe pak je dit aan?

  • Voorkom tegenwerking: Heb je een systeem met gemengde modus? Controleer dan of ramen niet openstaan terwijl de mechanische ventilatie draait. Dit is pure energieverspilling.

  • Maak luchtkwaliteit inzichtelijk: Gebruik draagbare CO2-sensoren in kantoren of repetitieruimtes. Als medewerkers zien dat de luchtkwaliteit goed is, hoeft de ventilatie minder hard te draaien, wat het comfort verhoogt en energie bespaart.

  • Professionele check: Laat een installateur controleren of de lucht wel op de juiste plek en in de juiste hoeveelheid terechtkomt. Een slecht ingeregeld systeem verplaatst vaak veel lucht naar plekken waar niemand is.

Aandachtspunten

  • Vrije vensterbanken: Rommelige vensterbanken blokkeren de luchtstroom bij ramen. Houd deze vrij voor een optimale natuurlijke trek.

  • Tocht in de foyer: Foyers en kassa’s zijn berucht om tocht door openstaande deuren. Een technicus kan adviseren over de haalbaarheid van een luchtgordijn dat gekoppeld is aan de deurschakelaar, zodat er alleen warme lucht wordt geblazen als de deur daadwerkelijk openstaat.

  • Timer op toiletventilatie: Draaien de ventilatoren op de toiletten nog urenlang door na een voorstelling? Laat een installateur controleren of de bezettingsregeling (sensor) goed werkt met een nalooptimer van maximaal 15 minuten.

  • Nieuwe bezettingsgraad: Is het gebruik van je gebouw veranderd (bijvoorbeeld door meer thuiswerken)? Stem de ventilatietijden opnieuw af op de huidige bezetting om te voorkomen dat je lege kantoren ventileert.

9. Pompen en leidingen

Het energieverbruik van pompen kan een aanzienlijk deel uitmaken van het totale verbruik van je theater. Deze motoren zorgen ervoor dat warmte en koelte op de juiste plek komen, maar verouderde of slecht ingestelde pompen verbruiken vaak veel meer stroom dan nodig is.

Hoe pak je dit aan? Schakel een competente installateur in om samen de volgende opties voor energiebesparing te onderzoeken:

  • Frequentieregelaars (VSD): Hiermee kan de snelheid van de pomp worden aangepast aan de werkelijke vraag, in plaats van constant op vol vermogen te draaien.

  • Directe aandrijving: Kies voor motoren met directe aandrijving in plaats van riemaandrijving om energieverlies door wrijving te minimaliseren.

  • Slimme redundantie: Overweeg een dubbele pompopstelling waarbij elke pomp op 60% capaciteit kan werken. In tijden van lage vraag hoeft er dan slechts één pomp operationeel te zijn.

  • Isolatie: Isoleer niet alleen de leidingen, maar ook de kleppen en appendages. Dit voorkomt onbedoeld warmteverlies naar technische ruimtes waar die warmte niet nodig is.

Aandachtspunten

  • Routineonderhoud: De efficiëntie van een pomp kan na verloop van tijd afnemen door slijtage of vervuiling. Zorg voor een vast onderhoudsschema door een erkende aannemer om lekkages en dure reparaties op de lange termijn te voorkomen.

  • Monitoring: Controleer of pompen niet onnodig draaien wanneer de verwarming of koeling is uitgeschakeld (bijvoorbeeld in de zomer).


10. GBS en besturingen

Een gebouwbeheersysteem (GBS) is de centrale computer die alle slimme installaties in je pand bewaakt, regelt en hierover rapporteert. Het zorgt ervoor dat systemen voor verwarming, ventilatie en koeling optimaal op elkaar zijn afgestemd, zodat ze alleen energie verbruiken wanneer dat echt nodig is.

Acties: Hoe pak je dit aan? Om te beginnen moet je weten welk systeem je momenteel gebruikt. Veel beheerders zijn hier al mee bekend, maar als je niet zeker weet of je een GBS hebt, kun je dit actieplan volgen om daarachter te komen:

  1. Als dit relevant is voor jouw gebouw, worden de boilers, luchtbehandelingsunits, koelmachines en airconditioningunits dan automatisch in- en uitgeschakeld op bepaalde tijden van de dag?
  2. Indien relevant voor jouw gebouw, is er in de technische ruimte een bedieningspaneel aan de muur dat er ongeveer zo uitziet?
  3. Heeft dit paneel een scherm waarmee je kunt communiceren? Zo ja, dan geeft dit een indicatie van het type systeem dat je hebt geïnstalleerd.
  4. In dit stadium zul je waarschijnlijk een aannemer moeten vinden die met dit systeem kan werken. Een zoektocht naar lokale bedrijven en het systeem zou moeten helpen.

Aandachtspunten

  • Gebruiksvriendelijkheid: Is de besturing van het systeem gemakkelijk te begrijpen en te bedienen? Een systeem dat te ingewikkeld is, wordt in de praktijk vaak op een inefficiënte “handmatige” stand gezet.

  • Zonering van het klimaat: Zijn je verwarmings- en koelsystemen opgedeeld in verschillende zones? De behoefte aan warmte of koelte verschilt namelijk enorm per plek in het theater:

    • Lobby’s en entrees: Deze staan vaak in direct contact met buiten en verliezen snel warmte, waardoor de verwarmingsvraag hier hoog is.

    • Interne kantoren en de theaterzaal: Deze ruimtes liggen ‘beschermd’ in het midden van het gebouw. Hier is vaak juist eerder koeling nodig vanwege de warmte die bezoekers, personeel en toneelverlichting afgeven.

11. IT-systemen en kleine stroomverbruikers

Energieverbruik door apparaten die rechtstreeks in het stopcontact worden gestoken, noemen we vaak ‘plug loads’. Hoewel moderne apparatuur steeds zuiniger wordt dankzij energielabels, maken theaters vaak nog gebruik van oudere apparaten of gespecialiseerde technische apparatuur die aanzienlijk minder efficiënt zijn. Juist omdat deze verbruikers verspreid over het hele gebouw zitten, wordt hun gezamenlijke impact vaak onderschat.

Hoe pak je dit aan?

  • Inkoopbeleid: Hanteer strikte energiezuinige normen bij de aanschaf van nieuwe apparatuur. Kijk niet alleen naar de aanschafprijs, maar ook naar het verbruik over de gehele levensduur.

  • Gescheiden meting: Zorg voor aparte tussenmeters voor grote stroomverbruikers. Maak hierbij onderscheid tussen de technische installaties van de voorstellingen (front-of-house/toneel) en de algemene kantooromgeving (back-of-house). Zo zie je precies waar de piekbelasting vandaan komt.

Aandachtspunten

  • Gastproducties: De meeste energie bij een ‘plug load’ wordt vaak meegebracht door binnenkomende gezelschappen. Vraag producties vooraf welke apparatuur zij meebrengen.

  • Leveringsketen: Ga het gesprek aan met leveranciers en producties over hun duurzaamheidsbeleid en of zij systemen hebben om het energieverbruik van hun eigen apparatuur te monitoren.

12. Liften

Het energieverbruik van liften, vooral in de stand-bystand (wanneer ze niet bewegen), kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan het totale verbruik en de kosten van een gebouw. Een lift verbruikt een minimale hoeveelheid stroom in rust, maar staat wel 24 uur per dag ‘aan’ totdat deze door een gebruiker wordt opgeroepen.

Hoe pak je dit aan?

  • End-of-life plan: Stel een plan op voor de vervanging van liften die het einde van hun levensduur naderen. Houd er rekening mee dat dit een ingrijpende verbouwing is die voor overlast kan zorgen.

  • Moderne technologie: Nieuwe liften zijn standaard uitgerust met energiebesparende maatregelen, zoals:

    • Regeneratieve aandrijvingen: Deze wekken energie op wanneer de lift afremt (net als bij een elektrische auto).

    • Slimme inactieve functies: De verlichting en het display in de liftcabine gaan automatisch uit wanneer de lift niet wordt gebruikt.

    • Energiezuinige LCD-schermen.

Aandachtspunten

  • Vervangingscyclus: Gemiddeld moeten liften elke 15 tot 20 jaar worden vervangen voor optimale veiligheid en efficiëntie.

  • Modernisering: Het is niet altijd nodig om de hele lift te vervangen. Soms is het mogelijk om alleen specifieke onderdelen te vernieuwen, zoals een nieuwe, efficiëntere motor. Vraag de fabrikant of onderhoudspartij naar de mogelijkheden voor een ‘mid-life’ update tijdens de volgende onderhoudsbeurt.