The Theatre Green Book One Toolkit – Produceren

 

Inventaris materialen

Algemeen

– Een materiaalinventaris is geen nauwkeurig hulpmiddel zoals een koolstofcalculator, maar is veel gemakkelijker te gebruiken door het team. Hiermee kan het team zien waar de materialen in een voorstelling vandaan komen en wat ermee gebeurt als de voorstelling is afgelopen. Het Groene Boekje beveelt het gebruik ervan aan voor Baseline- en Intermediate-producties.

De richtlijnen van het Groene Boekje stellen duidelijke doelen voor sourcing en verwijdering.

Baseline Producties

– 50% van de materialen moet een vorig leven hebben gehad

– 65% van de materialen moet achteraf worden hergebruikt of gerecycled.

Intermediaire producties

– 75% van de materialen moet een vorig leven hebben gehad

– 80% van de materialen moet achteraf worden hergebruikt of gerecycled.

Geavanceerde producties

Bij geavanceerde producties moeten alle materialen een vorig leven hebben gehad en daarna worden hergebruikt of gerecycled.

Percentages berekenen

De materialen in een productie moeten als volgt worden beoordeeld:

– Set en decor: per gewicht (indien bekend) of aantal (indien gewicht niet bekend)

– Kostuums : per m² (gefabriceerde kostuums), of aantal stuks (confectiekostuums)

– Rekwisieten: per gewicht (indien bekend), of aantal stuks (indien gewicht niet bekend)

– Technische uitrusting: naar gewicht (algemene en podiumuitrusting) en aantal (lampen enz.)

De productie moet de doelstelling in elke categorie halen.

Teams moeten een verstandige kijk hebben op het clusteren van items op nummer. Voor rekwisieten kan een ‘item’ bijvoorbeeld een set theekopjes en schoteltjes, een bank of een boom zijn. Voor kostuums kan een item een driedelig pak zijn, of een spijkerbroek. Voor techniek is een item bijvoorbeeld een lamp of een set gels.

– Het doel is niet om het systeem te ‘bespelen’ om te ‘slagen’. Het is om het team een eerlijk inzicht te geven in hoe verantwoordelijk de productie is.